Door Jonna van 't Hof, Beroepsvereniging van Beeldend Kunstenaars (BBK) - 19 juni 2024
In dit artikel ga ik in op de btw-regels die er gelden voor kunstvoorwerpen. Deze regels zijn alleen van toepassing als je zelf kunstenaar bent en de kunstvoorwerpen zelf vervaardigd hebt. Ik gebruik de termen hoog tarief en laag tarief. Het hoog tarief is op dit moment 21%, het laag tarief 9%.
Wil je meer details lezen kijk dan in Bijlage J Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 onder 1. Kunstvoorwerpen.
1. Kunstvoorwerpen die door de kunstenaar (of diens erfgenamen) zelf geleverd worden.
2. Verhuur van bovengenoemde kunstwerken door de kunstenaar zelf. Verhuur door kunstuitleen of galerie vallen onder het hoge tarief.
3. Beeldende kunstopdrachten waaruit een kunstwerk voortkomt dat onder bovenstaande lijst valt.
Het schetsontwerp en definitief ontwerp zijn onderdeel van de beeldende kunstopdracht zolang de opdracht daadwerkelijk uitgevoerd wordt. Ze worden onderdeel van het kunstwerk.
Hier is één uitzondering op. Als de opdracht niet aan de kunstenaar wordt gegund en dus niet volgens het schetsontwerp of definitief ontwerp wordt uitgevoerd komt er geen kunstwerk tot stand. In dat geval vervallen het schetsontwerp en definitief ontwerp tot het hoge tarief.
Een ideeënschets valt altijd onder het hoge tarief.
Lesgeven valt in principe onder het hoge tarief, tenzij het gaat om kunstonderwijs aan personen tot 21 jaar, dan is er een vrijstelling op de btw.
Een vrijstelling betekent dat er geen btw van toepassing is en je dus ook geen btw in rekening mag brengen, geen hoog tarief, geen laag tarief en geen 0%-tarief. Belangrijk is het om te weten dat je bij een vrijstelling ook geen voorbelasting mag terugvragen (dit is de btw op je uitgaven).
Dit wordt ingewikkeld op het moment dat je lessen geeft aan een gemengd publiek. Je zou dan een goede administratie moeten bijhouden van de materialen die je gebruikt voor de personen onder de 21 en die van boven de 21. In de praktijk is dit niet te doen, dus je zult een inschatting moeten maken die je, mocht je ooit een controle krijgt van de Belastingdienst, moet kunnen verantwoorden.
Wet op de omzetbelasting 1968 (artt. 3, 4, 9, 11 lid 1 sub o onder 2);
Tabel I Wet op de omzetbelasting 1968 (a sub 29b);
Omzetbelasting, toelichting Tabel I (paragraaf 5 toelichting op de tabel, onder post a 29);
Bijlage J Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 (1. Kunstvoorwerpen);
Omzetbelasting, vrijstellingen, onderwijsvrijstelling (art. 3.2, onderdeel 10).
Als niet-lid kan je op de hoogte blijven van de activiteiten van de BBK via de nieuwsbrief voor niet-leden.