Kunstenaars en de centen -Erik Cox – Mooie dingen

Auteur:

Anton Staartjes

Info:

www.erikcox.nl
www.egardsuitvaart.nl

Meer lezen?

[link naar magazine 2021/1 pagina]

Het kwam nooit in het hoofd van Erik Cox op dat hij uitvaartbegeleider zou worden. Toch maakte hij als grafisch ontwerper/beeldend kunstenaar de ongebruikelijke overstap naar de uitvaartverzorging. Tot zijn verrassing voelt hij zich er goed in thuis. Hij merkt dat hij veel beter met mensen kan communiceren dan hij zelf voor mogelijk hield.

“Ik had nooit gedacht dat ik uitvaartbegeleider zou worden” zegt Erik Cox (1965). “Maar ook niet dat ik het vak van ontwerper of beeldend kunstenaar zou kiezen” voegt hij eraan toe. “Het Rijnlands Lyceum in Wassenaar stuurde me niet in de richting van de creatieve vakken. Je moest daar huisarts of advocaat worden. Wat ik wilde – kunstgeschiedenis gaan studeren – kon nog net. In het laatste jaar besloot ik op het nippertje om naar de kunstacademie te gaan. Eerst wilde ik mode gaan doen maar na enig nadenken koos ik voor grafisch ontwerpen.

Daarvoor werd ik op de Koninklijke Academie in Den Haag aangenomen. In Wassenaar was ik met mijn kleding en achtergrond nooit een ‘kakker’. Op de Haagse academie bekeken ze me wèl zo: ik droeg namelijk ‘gaatjeschoenen’.
Op de academie voelde ik me niet tot de ‘kunst’ aangetrokken. Wel schilderde en tekende ik in het basisjaar maar mijn voorkeur ging uit naar het ontwerpen, de grafische kant. Letters vond ik erg interessant. In 1988 deed ik eindexamen. Als eindexamenproject verzorgde ik een nieuwe – fictieve – huisstijl voor de firma Castelijn die designmeubelen maakt.

Mijn stage liep ik bij BRS Premsela Vonk in Amsterdam. Dit omdat ik dacht dat als je wilde slagen in het ontwerpers vak, je bij zo’n bekend bureau aan de bak moet. Ik vond het er echter zo saai dat ik voor het eind van de stageperiode stopte. Voor mij was het heel raar dat als een project klaar en gedrukt was, geen van de mensen liet merken dat ze het leuk vonden of er tevreden over waren. Niemand liep op de gang te juichen als het er erg goed uitzag. Dat was voor mij vreemd, ik wil er best voor uitkomen dat ik mooie dingen voor de mensen wil maken en als dat lukt mag je er best blij over zijn”.

Schilderen.

Direct na zijn eindexamen begon Cox zijn eigen ontwerpbureau. “Dit tegen alle adviezen in” vertelt hij hierover. “Het was een direct gevolg van mijn ervaring bij BRS Premsela Vonk. Bij zo’n bureau zou ik geen enkele arbeidsvreugde kennen. Dat je mooie dingen wil maken betekent niet dat je jezelf meteen op de borst moet slaan. Het maakt je echter wel gelukkig als iets goed lukt. Hoewel het advies op de academie was dat je pas rond je veertigste zelfstandig moet worden, begon ik direct na mijn eindexamen in Den Haag met mijn eigen bureau.
De eerste jaren ging het heel erg goed. Ik werkte veel voor café Schlemmer, een bekende horecagelegenheid in Den Haag. Ook werkte ik voor het Rotterdamse Hotel New York. Hun logo, dat nog steeds in gebruik is, ontwierp ik voor ze. Het maken van boekomslagen was mijn specialiteit, in die periode maakte ik zeker zo’n tweehonderd boekomslagen.

Het ging dus goed. Echter, ik was ook erg eigenwijs. Als een opdrachtgever zelf wilde gaan ontwerpen, had ik iets van ‘doe het dan ook maar zelf’. Natuurlijk geen goede strategie en uiteindelijk hield ik amper opdrachtgevers over. Natuurlijk was dat niet alleen maar aan mijzelf te wijten. Het was in de periode dat computers en ontwerpprogramma’s overal verschenen en mensen veel van het werk zelf konden doen of dachten het zelf te kunnen doen.

Het gebrek aan werk bracht me ertoe om meubels te gaan maken en te schilderen. Natuurlijk is het wel een overstap. Meubels maakte ik vroeger weleens en het ging me goed af. Schilderen was voor mij – op het werken in het basisjaar van de academie na – iets heel nieuws. Het werd een echte ontdekkingstocht”.

Uitvaart.

De overstap naar het schilderen en het maken van objecten voelde aan als een verandering. Cox: “Het schilderen maakte me een stuk losser. Grafisch ontwerpen is eigenlijk wel ‘strak’. Grafisch ontwerpers gebruiken stramiens maar zitten zelf ook wel eens vast in een stramien. Naast schilderen ging ik objecten met schoenen maken. Schoenen fascineerden me altijd al. Waar het vandaan komt weet ik niet maar de manier waarop schoenen tijdens het gebruik afslijten vind ik interessant. Schoenzolen zijn eigenlijk altijd bij je; ze maken alles mee wat je meemaakt en ervaart. Eigenlijk meer nog dan een partner. Iedereen slijt zijn schoenen anders en dat kon ik in assemblages goed weergeven.

Miles and Miles #13: 19 pairs (2016), oude schoenzolen van S3 werkschoenen, 90 x 145 cm

Het schilderen en het maken van objecten ging goed. Met mijn schilderijen en objecten had ik diverse exposities. Er was wel aandacht voor maar nauwelijks verkopen. Omdat ik ook als grafisch ontwerper bijna geen klanten meer had, ging het financieel gezien niet echt goed.

Ik moest dus iets zoeken om geld te verdienen. Opeens, ik weet echt niet waarom, is de uitvaart in me opgekomen. Mijn plan was om in die sector een ‘nul-uren’ contract te krijgen. Dat is werken op oproepbasis. Daarnaast kon ik dan blijven schilderen en werken als grafisch ontwerper. Ik begon met solliciteren bij de A; dat was Atropos Uitvaartverzorging en werd op basis van een open sollicitatie direct aangenomen.

Mijn loopbaan begon als algemeen medewerker. In mijn leven had ik maar een paar overledenen gezien. Bij Atropos was dat het dagelijks werk: ophalen, kleden en verzorgen van overledenen. Bij een van mijn eerste overledenen moest ik een pacemaker verwijderen. Dat is voor zo’n eerste keer bijna flauwvallen maar daarna went het en is het iets dat je met zorg doet”.

Communiceren.

Uitvaartbegeleider word je niet zomaar. “Hiervoor deed ik een studie van zes maanden” legt Cox uit. “Daarna liep ik stage om ingewerkt te worden als assistent-uitvaartbegeleider. Het ging eigenlijk allemaal vanzelf. Bij de eerste uitvaarten die ik leidde was er natuurlijk wel begeleiding. Uiteindelijk kon ik het zelfstandig gaan doen.
Het werken gaat op oproep- of bereikbaarheidsdienst. Als je dienst hebt, krijg je een melding dat er iemand is overleden. Ik moet er dan voor zorgen dat de overledene naar het uitvaartcentrum wordt overgebracht of thuis opgebaard. Ook ga ik naar de familie toe om de uitvaart te regelen.

Ik merkte dat ik veel beter kan communiceren dan ik altijd dacht; ik kan lief en zorgzaam voor de mensen zijn. Veel mensen denken dat bij een uitvaart nagenoeg alles vastligt. Dat het altijd volgens vaste patronen gaat. Niets is minder waar. Bijna alles kan ‘op maat’. Het is bijvoorbeeld geen vaste regel dat een overledene in een lijkwagen moet worden vervoerd, het kan ook in een eigen auto. Ook hoeft een overledene niet in een kist, het mag ook in een mand of op een opbaarbank. Wel is er dan de eis dat we het lichaam met een kleed omhullen. Het is mogelijk om mensen op allerlei manieren te helpen om er een passend afscheid van te maken, precies zoals ze het zelf willen.
Aan de andere kant vinden veel mensen de ‘vastheid’ wel prettig. Het zijn de rituelen die bij het afscheid nemen horen. Als je alles nieuw bedenkt is het geen ritueel meer. Daarom vallen mensen vaak terug op muziek en sprekers; het hoort zo en voelt veilig en goed.

De dag van de uitvaart zelf gebruik ik om samen met de familie de puntjes op de i te zetten. Als een overlijden nog vers is zijn de mensen vaak in een soort shock en is het moeilijk voor ze om te bepalen wat ze precies willen. Als de dag dan aanbreekt – en het draaiboek in principe klaar is – kan ik op details vragen of ze toch nog dingen anders willen. Bijvoorbeeld, als ze dat aanvankelijk niet wilden, wel mee naar de crematieoven gaan als laatste begeleiding van hun dierbare”.

“Soms moet ik improviseren. Zo waren er voor een condoleance na een crematieplechtigheid een paar kratten speciaal bier besteld. Iedereen dronk echter wijn, dus de kratten bleven staan. Gebruikelijk is om het in dit soort gevallen mee te geven aan de familie maar daar was er te veel voor. In overleg met de familie ging ik met de kratten naast de deur staan om aan iedereen die vertrok een flesje mee te geven. Het was het lievelingsbier van de overledene dus kregen ze allemaal een biertje van hem. Dat werd heel erg gewaardeerd. Dit soort dingen, zó specifiek toegespitst op het moment, kan je bijna niet van tevoren bedenken.

Als grafisch ontwerper en beeldend kunstenaar wil ik echt het beste van mezelf geven en iets moois creëren. Dat is de overeenkomst met mijn werk als uitvaartbegeleider. Het gaat me er om een uitvaart zo mooi mogelijk te maken”.

Inhoud